SPORTEN
Als ik met mijn tasje het sportcentrum betreed voel ik mij als een non in bikini. Ik heb hagelwitte schoenen gekocht en een beige korte broek die net niet te strak maar ook niet te lullig zit en meteen ook maar meteen vier paar sokken. Ik heb niet gekeken toen het bedrag op de pinmachine verscheen, ik heb gewoon blind ingekocht. Ik vond het weggegooid geld. Gelukkig had ik nog een plank vol T-shirts.
Ik kijk, in afwachting van mijn beul en pleegzuster Jacqueline, naar het zichzelf teisterende gezelschap. Dat getrain is een activiteit waar je een rood hoofd van krijgt. Jacqueline dirigeert mij naar de herenkleedkamer. Er hangen veel kleren aan haakjes, maar ik ben wel mooi de enige met een colbertjasje en een Armani-spijkerbroek. Het lijkt mij niet verstandig de waardevolle objecten in het openbaar lokaal achter te laten. De portefeuille en de autosleutels gaan in de sporttas, maar dan aarzel ik. De aansteker, de sleutels, de Uni-ball de Luxe Micro viltstift? Ik neem me voor om de volgende keer een koket etuitje mee te nemen in de sporttas. Ik mag graag pogingen ondernemen de bijkomstige bekommernissen van het leven met een portie overorganisatie terzijde te schuiven.
Ik meld me in de zaal en kom mezelf tegen in zo’n twintig vierkante meter spiegel. Ik neem althans aan dat ik dat ben, zo sportief gekleed, zo klaar voor de strijd. Argwanend kijk ik naar matjes en gewichten. Gelukkig hangen aan de muur louter posters van Charlie’s Angels-achtige vrouwen. Zo zou ik er ook na de martelingen niet uit komen te zien. De boodschap is vast: zulke seksbommen zouden mij te zijner tijd heel aantrekkelijk gaan vinden.
De eerste tien minuten met Jacqueline zijn hels. Ze heeft een erg fanatieke wielrenbroek aangetrokken en we doen een hele reeks stepoefeningen. ‘Zo doen de jongens van Ajax het ook,’ zegt ze nog, maar erg hoog staat Ajax net niet in de competitie. Het valt nog niet mee de coördinatie van lichaamsdelen volgens de aanwijzingen van Jacqueline te combineren: regelmatig hef ik de linkerelleboog richting rechterknie terwijl het dan net andersom moet. Ook kijk ik de eerste tien minuten viermaal naar de klok. Wel sympathiek is dat Jacqueline iedere beweging mee uitvoert en dat haar geschreeuwde aanwijzingen boven de voortdenderende housemuziek uit komen. Ze heeft de gelukkige gewoonte bij het naderend eind van een oefening af te tellen. ‘ En vier! En drie! En twee! En een!’ Maar soms smokkelt ze een beetje of moet ik mijn been nog wel een minuut gestrekt houden. Dan plooit zich zo’n cynische glimlach om haar lippen waardoor ik haar nog wel aardig vind maar toch ook een tikkeltje sadistisch.
In de laatste tien minuten zet ze iets van George Michael op. Ik haat die ongeschoren sexplasbak. Jacqueline belooft wat ontspanningsoefeningen, maar ik word me toch weer bewust van knellende spieren op plaatsen waar ik geen enkele affiniteit mee had.
In de kleedkamer moet ik aan een blote man vragen waar het knopje van de douche zit, want ik heb mijn bril niet op. Die heb ik nooit op als ik douche. Ik kan ook de van hotelkamers geconfisqueerde flesjes schuim en shampoo niet van elkaar onderscheiden en gok dus maar wat.
Ik noteer: de volgende keer behalve een badlaken nog een badhanddoek meenemen, want je staat toch wel erg pontificaal bloot te wezen te midden van fitnessgekken met veel minder witte sportschoenen. Het plakkertje haal ik weg van onder mijn Adidas-zool. Dwars door twee muren en de dameskleedkamer heen hoor ik Jacqueline boven het house-cd’tje uit haar klasje commanderen. Ik verlaat, zwierig zwaaiend met mijn sporttasje, het fitnesscentrum. Tot mijn teleurstelling staat er op de parkeerplaats helemaal niemand met een bosje bloemen.